Treinflarden I

Treinflarden februari-maart 2022

Vaak zit ik in de trein. Onderweg voor een reportage, familiebezoek of op weg naar vrienden. Meestal lees ik een boek of de krant. Soms lukt het mij niet te concentereren omdat er iets in de trein gebeurt, of op het perron. Dan schrijf ik het maar op. Onderstaande hoorde ik afgelopen maanden.

Stationsplein Nijmegen; 12.52
Een jongen verkleed als cowboy loopt met een sixpack bier richting de stationshal. Hij trekt het plastic los en deelt blikjes uit aan vrienden. Een van hen laat een boer, een ander roept – “car-na-val!” – gevolgd door een ondefinieerbare kreet.

Iets verderop staat nog een groepje, zoals er overal rond het station troepjes staan, uitgelaten en drinkend – bier of flessen drank zonder duidelijk etiket. Een meisje met doorzichtige vleugels op haar rug is aan het bellen, de jongen naast haar zegt iets tegen een vriend. “Wat maakt ’t uit, corona krijgen we allemaal.”

Twee meisjes, een van hen met een iPhone in de hand, rennen naar het perron. Ze dragen hoofdbanden, tie-dye shirts en leggings. Een oudere man – geen onderdeel van het feestend publiek – volgt hen met zijn ogen en knikt goedkeurend.

Dan betreden zo’n veertig mensen het stationsplein. Ze zijn niet verkleed. Ze kijken ernstig en dragen borden met geel-blauwe kleuren. Met regelmatige tussenpozen roepen ze dezelfde woorden: “stop the war!”

Een astronaut kijkt even op, draait weer terug naar zijn gezelschap en neemt een slok bier.

Utrecht – Amsterdam Amstel; 15.45
Fragment uit een telefoongesprek, twee stoelen verder in de coupe. 

“Zij mag vreemd gaan weet je, of je weet wel man, ze is al een paar keer vreemd gegaan. En ik mag dat niet – nee ik moet mij helemaal conformeren naar wat ze zegt dat ik moet doen. Dat is gewoon fascistisch, weet je.”

Deventer – Olst; 13.56
Twee treinconducteurs lopen het treinbalkon op en kijken door de deurraampjes. Een van hen draagt een mondkapje, de ander een spatscherm. De trein mindert vaart, bomen flitsen voorbij – we zien weilanden en in de verte kleine vrachtwagens over een snelweg.

De conducteur met het mondkapje kijkt naar een huis omgeven door weiland en bossen. “Zoveel ruimte heb ik bij mij thuis ook, denk ik.”

“Hmhm,” antwoordt de ander.

De huizen volgen elkaar in sneller tempo op, de trein remt af. We naderen het station. Dan verschijnt een veranda achter een huis. Niet ver daarvoor hang natte was aan een droogmolen.

De conducteur met het spatscherm lacht.

“Lekker, zo’n trein door je achtertuin.”

Zutphen; 16.34
Een jongen in groene regenjas loopt over het perron. Met een hand duwt hij zijn vouwfiets over de tegels, met de ander houdt hij zijn telefoon aan het oor.

“Moet ik iets meenemen,” zegt hij. “Rijst of zo?”

Het blijft een tijdje stil. “O, wat aardig van haar,” roept hij dan bijna. Een oudere vrouw naast hem schrikt op. “Rode rozen – toe maar!”

Zijn stemming slaat om. “Wacht, waar komen ze vandaan? Afrika?” 

Vervolgens: “Nee, rozen uit Afrika, dat kan echt niet – doe maar weg.”

Dan rijdt de trein het station binnen – gepiep en gekraak overstemmen het gesprek.

Ede-Wageningen – Arnhem; 22.34
Twee jonge vrouwen komen de coupe binnen, gaan naast elkaar zitten. Minutenlang is het stil. Dan, voordat we station Arnhem binnenrijden, begint een van hen te praten.

“Je bent soms een kutwijf, dat weet je. Maar je bent natuurlijk wel mijn kutwijf.”

Alle verzamelde treinflarden kun je hier vinden.


Leave a Reply

Your email address will not be published.